Het is inmiddels een week geleden. De film wordt nog regelmatig afgedraaid. Zo ook vannacht.Vrijdags nog uit eten geweest met  2 broers en mijn zus.
Thuis gekomen nog even de avond doorgesproken en toen naar bed. Ik was kapot, een veel te drukke week gehad. Het uitgeruste gevoel van de vakantie was ik ’s woensdag al kwijt.

Na het ontbijt met de auto naar de sportschool. Het moet niet gekker worden met de auto naar het sporten. Maar ik moet er niet aan denken om te fietsen want ik ben eigenlijk nu al moe.
Thuisgekomen bedenk ik dat ik nog boodschappen moet doen. Helemaal geen zin. Eerst maar gezellig  een kop koffie met Hans. Kan ik intussen een boodschappenlijstje maken.

Dan voel ik me opeens niet zo lekker,  zou het van de boterham met Ardenne paté komen? Nee heeft Hans ook net op. Jee het wordt steeds erger. Ik heb pijn in mijn borsten, alsof er een band om heen wordt getrokken en mijn armen zijn zo moe. Zou dat van het hart komen? “Welnee” is het overtuigende antwoord van Hans “je zult wel te fanatiek geroeid hebben. Neem maar een paracetamol en ga even liggen”. Oké, hij kan het weten als verpleegkundige op de hartkatheterisatie afdeling. Paracetamol en even op de bank dan zal het wel zakken. Maar liggen is ook niets, rechtop is beter. “Nou dan blijf je rechtop zitten” is Hans zijn wijze commentaar.

Ja, zucht de boodschappen moeten ook nog gedaan worden. Eenmaal in de AH wil ik die boodschappen zo vlug mogelijk doen en dan naar bed want ik voel me toch echt niet jofel.

O, nee zitten er ook nog mensen in de kamer. Mijn broer en zijn vrouw, hé dat is leuk. Dan maar eerst gezellig een kopje thee met ze drinken. Na het tweede kopje thee heb ik het echt gehad, de pijn word steeds heftiger en het zweet breekt me uit. Jongens ik ga naar bed, ik voel me zo akelig. Volgens Hans zie ik ook erg bleek en hij verzekert me dat als de pijn over een uur niet weg is hij me mee neemt naar het ziekenhuis. Ik vind het best.

Ik kleed me uit, doe mijn lenzen uit en kruip in bed. Ik heb pijn, het voelt of mijn borsten uit elkaar gaan spatten. Ik hoor de voordeur dicht gaan, gelukkig  ze zijn weg. Ik kom huilend van de pijn mijn bed uit. Ik kan niet meer, de pijn is niet te houden. Hans belt direct naar het ziekenhuis en vraagt naar de dienstdoende cardioloog alhoewel hij er nog steeds van overtuigd is dat er niks met mijn hart aan de hand is. Doe je joggingbroek aan dan breng ik je weg zegt Hans.

Hup in de auto, gelukkig maar 2 minuten rijden. Hans stopt voor het ziekenhuis en zegt mij dat ik bij die lantaarnpaal moet blijven staan terwijl hij de auto in de parkeergarage zet. Waar blijft hij nou, ik heb zo’n pijn, het lijkt wel uren. Daar is hij. We lopen naar de eerste hulp en Hans zegt waarvoor hij komt. Een verpleegkundige  ziet dat ik erg veel pijn heb en neemt mij meteen mee.  Ik mag plaats nemen op een bed.

Hoeveel pijn hebt u op de schaal van 10? Nu 7 maar het was 9. Als ze me dit 10 minuten later nog een keer zouden vragen had ik 26 gezegd zo erg wordt de pijn. Het wordt ook heel druk om mijn bed. Er is veel commotie om het gordijn wat te kort is, waarop ik volgens mij heb gezegd dat ze dat gordijn het gordijn moeten laten, doe iets. Hans zit als een trouwe hond naast me en houdt mijn hand vast en streelt mijn voorhoofd. Volhouden hoor je moet volhouden zegt hij. Langzaam dringt het tot me door wat er is gebeurd en vraag aan Hans of ik een hartinfarct heb. Dat is inderdaad het geval. Mijn god dat dat zo’n pijn doet. Zelfs het vingerhoedje op mijn vinger doet vreselijk veel pijn en dat zuurstofkapje zit me in de weg.

Je krijgt zo iets tegen de pijn verzekert Hans mij. Een spray onder mijn tong en daar ga ik de 8baan in recht naar beneden. Ik geloof niet dat dat de bedoeling is, het is ook heel akelig.

Wat er allemaal door je hoofd gaat.  Ik word zo onverschillig door de pijn, het interesseert me niet als ik nu dood zou gaan. Gelukkig hebben we de vakantie op Bali nog gehad en die was geweldig, pakken ze ons niet meer af. Het heeft zo moeten zijn dat ik mijn broers en zus gisteren en vandaag nog heb gezien. Mam waar ben je ik mis je.

Dan wordt er opeens met mijn bed gereden, ze rijden voorzichtig maar ik merk wel dat ze haast hebben.  Ik word de afdeling hartcatheterisatie opgereden en zie de verpleegkundigen. Gelukkig nu gaan ze iets met me doen. Ik klim zelf van de brancard op de tafel.

Intussen wordt ik uitgekleed en ingesmeerd met jodium. Dan gaat het allemaal heel vlug. Ik voel een vloeistof in mijn lichaam en weg is de pijn. Ongelooflijk het is weg. Het voelt of ik zo weer het ziekenhuis uit kan wandelen.

Zoals ik al zei het voelt of ik alles weer kunt, de pijn is weg 100%. Maar eerlijk is eerlijk ik hoef nog niet naar huis. Laat mij maar even bewaakt. En dat is natuurlijk ook de bedoeling. Ik ga naar de hartbewaking. Ik ben moe en heb het koud maar dat schijnt erbij te horen. In het ziekenhuis voelt het allemaal heel veilig. Als ik ga slapen dan draait de film even maar die gaat gelukkig redelijk snel uit.

Ik mag maandag al van de bewaking af en krijg een los kastje. Kun je gewoon naar het toilet dat is een bevrijding. Je wereld  wordt ook al een stuk groter met de gang erbij. Later op de dag ga ik wandelen met de fysio en ´s avonds verhuis ik naar de afdeling.

Dinsdag met de visite krijg ik te horen dat het kastje eraf mag en dat ik woensdag weer naar huis mag. Zalig in mijn eigen bed. Meteen mijn joggingbroek uit gedaan en echte kleren aangetrokken en samen met Hans naar de hal voor een kopje koffie. Echt gezellig wat kun je toch blij zijn met zo weinig.

Als ik woensdag in de gang op Hans sta te wachten realiseer ik me dat ik steeds verder van de veilige afdeling weg ga. Thuis staat het huis vol bloemen. Nog een etappe te gaan, de revalidatie. Gelukkig ben ik gek op sporten en het prettige is om ook van lotgenoten te horen wat zij hebben meegemaakt en hoe zij met het fenomeen “ je lichaam laat je in de steek”  omgaan.

Inmiddels zijn we 5 jaar verder. Al heel snel heb ik mijn normale leven weer opgepakt en zijn de controles geminimaliseerd tot 1 x per jaar.