Stichting Hart voor Vrouwen (HvV) is in 2014 opgericht als een van de onderzoekfondsen aan het Radboudumc te Nijmegen.
Het doel is om onderzoekstrajecten mede te financieren als aanvulling op verkregen subsidieaanvragen, die in de meeste gevallen een promotietraject onvoldoende dekken.
We streven naar innovatieve onderzoeksvragen op het snijvlak van verschillende vakgebieden die raken aan vrouwengezondheid en hart- en vaatziekten. Daarmee doen we zoveel mogelijk recht aan de levensloop van vrouwen, die met gezondheidsvraagstukken dwars door verschillende vakgebieden heenloopt. Zo geeft migraine vanaf de puberteit een verhoogd risico op hart- en vaatziekten later, dat geldt ook voor gynaecologische problemen zoals een hoge bloeddruk in de zwangerschap, een vroege menopauze en ziekten als endometriose. Juist door met andere vakgebieden samen te werken komen we tot nieuwe inzichten en benadrukken wij het belang van een goede samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten.
Hartschade bij borstkanker
Het behandelen van borstkanker is niet zonder gevaren. De bestraling of chemotherapie bevindt zich immers in het gebied van het hart, wat tot schade kan leiden. Door deze defecten in een vroegtijdig stadium op te sporen, kan hartfalen uiteindelijk worden voorkomen.
We kennen twee erfelijke factoren die een rol spelen bij borstkanker, namelijk het BRCA1- en het BRCA2-gen. Op het moment dat een vrouw een afwijking heeft in een van deze genen, dan heeft de vrouw een verhoogde kans op borst- en eierstokkanker. Onderzoek moet het verband leggen tussen de genmutatie en hartfalen. Ook willen we graag weten wat de gevolgen voor het hart zijn bij vrouwen die hun eierstok(ken) preventief hebben verwijderd en in een kunstmatige overgang terecht zijn gekomen.
Eén op de 7 vrouwen krijgt borstkanker in haar leven. Bijna 20% van de vrouwen die met een combinatiebehandeling van bestraling en chemotherapie behandeld worden voor borstkanker krijgt vroeg (tijdens de behandeling) of laat (na 1-20 jaar) enige vorm van hartschade. Dat kan zijn hartfalen door een verminderde pompfunctie en/of een vernauwing aan de kransvaten.
Het blijkt dat vrouwen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten meer schade oplopen van deze behandeling. In de cardiologie is het thema ‘Cardio-Oncologie’ groot op congressen en in de medische vakliteratuur, terwijl het in de praktijk lastig blijkt om de twee verschillende culturen van deze vakgebieden goed met elkaar te laten samenwerken.
Yvonne Koop heeft in haar proefschrift (2022) onderzocht wat de barrières zijn voor een goede onderlinge samenwerking en hoe het hart beter beschermd kan worden tijdens de behandeling voor borstkanker. Het Onderzoeksfonds Hart voor Vrouwen heeft voor een deel bij kunnen dragen aan dit belangrijke onderzoek, waarin de rol van gespecialiseerde verpleegkundigen heel belangrijk blijkt te zijn. Zij zijn als het ware de beste ‘smeerolie’ voor een goede en effectieve samenwerking tussen cardiologen en oncologen en daar profiteert de patiënt van.
